Tagarchief: Autorecycling

‘Meer hergebruik vraagt om beter gebruik van data’

DEPOPULIER-_DSC0667-FINAL
Lees het gehele artikel

Hoewel de aantallen op dit moment nog meevallen – om meer dan hooguit enkele honderden per jaar zal het niet gaan – zal het aantal elektrisch aangedreven auto’s dat bij een demontagebedrijf beland in de komende jaren fors gaan toenemen. Stiba, de brancheorganisatie en belangenbehartiger van gecertificeerde auto-, motorfiets-, truck-, en aanverwante voertuigdemontagebedrijven, is om die reden druk doende zijn leden voor te bereiden op die nieuwe tijd.

Alle lidbedrijven van Stiba krijgen de mogelijkheid om hun medewerkers via cursussen en opleidingen te trainen in het werken met en aan elektrische voertuigen. “En er zijn al heel veel bedrijven die daar gebruik van gemaakt hebben”, vertelt Stefan Cabri, algemeen secretaris van Stiba. “Niet dat het demonteren van een elektrisch aangedreven voertuig nu enorm verschilt van de demontage van een auto met een brandstofmotor, het draait vooral om het veilig kunnen werken aan zo’n voertuig. Zo’n batterij staat onder spanning en is in theorie dus een gevaarlijk ding. Onze mensen moeten dus leren hoe je daar op een veilige manier de spanning vanaf haalt. Dat ze de juiste stappen doorlopen, het juiste gereedschap in huis hebben, over een geschikte werkplek beschikken en daar de juiste signing gebruiken. En dat ze de batterijen op de juiste manier opslaan.” 

Leden van Stiba werken volgens de NEN 9140-norm en hanteren een eigen KwaliteitsZorg Demontage-certificaat. Cabri: “Dat is een gecertificeerd kwaliteitssysteem voor de voertuigdemontagebranche. In de KZD-norm zijn eisen met betrekking tot demontage, arbowetgeving, materiaalrecycling en kwaliteit vastgelegd. De norm is niet wettelijk verplicht, maar alle bedrijven die aangesloten zijn bij Stiba en ARN zijn verplicht aan deze norm te voldoen. Deze norm biedt relaties zekerheid dat het demontagebedrijf milieuvriendelijk en volgens een landelijke norm demonteert en voor recycling aanbiedt. KZD is toepasbaar voor alle vormen van voertuigdemontage.”

Battery-pack van een Tesla.

Hergebruik

Ook hergebruik van batterijen staat nog in de kinderschoenen. “Die ontwikkelingen zijn nog volop gaande”, stelt Cabri. “Wij als demontagebedrijven staan aan het einde van de pijplijn, komen dus ook pas als laatste aan de beurt. Er worden al wel wat gebruikte batterijen verkocht door demontagebedrijven, maar dat zijn er echt niet veel.” 

Dat komt ook omdat er volgens Cabri nog niet voldoende spelregels zijn. “Nog niet alles – rondom opslag bijvoorbeeld – is geregeld. Ik verwacht wel dat er vanuit Brussel snel wet- en regelgeving komt, want het gaat sinds een paar jaar best hard met compleet elektrische voertuigen. Wet- en regelgeving loopt altijd iets achter. Wij proberen daar als brancheorganisatie natuurlijk ook een rol in te spelen, maar ook wij moeten ervaring opdoen.”

Het veilig demonteren van batterijen uit elektrisch aangedreven voertuigen vergt enige training.

De afgelopen twee jaar heeft Stiba vooral ingezet op hergebruik van originele onderdelen wanneer een auto daarmee gerepareerd kan worden. Momenteel wordt 98 procent van een auto die aan het einde van zijn levensduur is gerecycled. Daarvan bestaat ongeveer 25 procent uit hergebruik van onderdelen. “Dat moet de komende jaren veel meer worden”, stelt Cabri. “Dat zit hem vooral in bewustwording. Zowel bij demontagebedrijven als bij consumenten. Al doen we het op het gebied van hergebruik al heel goed in Nederland. We exporteren bijvoorbeeld al veel onderdelen naar het buitenland.” 

Dat laten groeien van het percentage hergebruik van onderdelen kan volgens Cabri alleen als er beter gebruik gemaakt gaat worden van data. “Demontagebedrijven beschikken niet over voldoende fabrieksdata. Zodra fabrikanten hun onderdeelnummers veel beter vrij gaan geven, kunnen wij hergebruik veel breder in de markt gaan zetten. Autodemontagebedrijven staan immers aan het begin van de circulaire keten en zullen hierin steeds meer verantwoordelijkheden krijgen.”    

Ingrid Niessing, Algemeen directeur ARN, kijkt naar de toekomst: ‘Wij willen ook over 10 jaar auto’s voor 95% kunnen recyclen’

DEPOPULIER-_DSC9555-FINAL
Lees het gehele artikel

Met het voortschrijden der techniek en het uitfaseren van auto’s die op fossiele brandstof rijden, staat de automotive-recyclingbranche aan de vooravond van enorme veranderingen. Niet voor niets stelde ARN (Auto Recycling Nederland) een drietal scenario’s op waarmee de uitvoeringsorganisatie de blik op de toekomst richt. Algemeen directeur Ingrid Niessing licht toe.

“Wij zijn een facilitator en coördinator voor de automotive-recyclingbranche”, stelt Niessing. “Op iedere nieuwe auto die op de markt komt wordt een recyclingbijdrage geheven. Daarvan gaat een deel naar de autodemontagebedrijven waar een autowrak als eerste binnenkomt. We zorgen ervoor dat de inzameling van milieugevaarlijke stoffen goed en veilig gebeurt en we ondersteunen de autodemontagebedrijven met kennis en kunde door bijvoorbeeld het geven van trainingen. Nadat het wrak door een demontagebedrijf uit elkaar is gehaald, gaat een deel naar metaalrecyclingbedrijven waar de waardevolle metalen eruit gehaald worden. Scheiding met ‘Post Shredder Technology’ (PST) is de laatste stap in het recyclingproces. De PST-fabriek in Tiel, tot 2020 eigendom van ARN en sindsdien in handen van HKS Scrap Metals, scheidt het overgebleven shredderafval in herbruikbare grondstoffen zoals kunststoffen, mineralen, vezels en metaalrestanten. Met als resultaat dat we in 2020, als autorecycling-branche gezamenlijk 98,3 procent van een autowrak kunnen recyclen.” 

ARN-directeur Ingrid Niessing.

Scenario’s

Ondanks die klinkende cijfers – de Europese Unie schrijft voor auto’s een recyclingpercentage van 95 procent voor – zit ARN niet stil. Want met razendsnel voortschrijdende techniek verandert ook de wijze van recyclen. Niessing: “Om die reden hebben we in het afgelopen jaar een aantal scenarios beschreven, waarin we vooruitblikken tot 2050. De fase waarin we ons nu bevinden hebben we ‘conventional car’ genoemd, en gaat over ‘normale’ auto’s met een verbrandingsmotor waarop het huidige systeem – zoals ik dat net schetste – is ingericht. De periode tot 2030 noemen we ‘connected car’. Daarin neemt digitalisering een enorme vlucht, net zoals de component batterij. Dat betekent dat de demontage van autowrakken er flink anders uit komt te zien en dat businessmodellen daarop aangepast moeten worden. Tenslotte gaan we uit van het scenario ‘circular car’. Dat speelt zich grofweg af tussen 2030 en 2050 en waarbij we denken dat materialen in een auto op enig moment circulair zijn of volledig hergebruikt kunnen worden.” 

Met de komst van elektrische auto’s zal de branche fors moeten veranderen.

Om op de verschillende scenario’s in te kunnen spelen, werkt ARN nu al aan een aantal innovaties om de autorecycling sector te ondersteunen. “Dan moet je denken aan de samenstelling van de voertuigen waarbij de component kunststof een steeds belangrijkere rol inneemt, maar ook aan batterijen en alles wat daarmee samenhangt”, legt Niessing uit. “Vooral dat laatste gaat voor enorme veranderingen zorgen. Er is op dit moment bijvoorbeeld nog relatief weinig recyclingcapaciteit voor batterijen. Maar ook met vraagstukken als het veilig en verantwoord verwijderen van batterijen uit auto’s zijn we druk. En het toegenomen gebruik van composieten in plaats van metalen. Digitalisering heeft er bovendien voor gezorgd dat er heel veel data beschikbaar is over auto’s. Dat biedt bijvoorbeeld mogelijkheden voor platforms voor hergebruik van onderdelen, maar ook traceability en eerlijke concurrentie.” 

Kans

Niessing beseft dat ze geen glazen bol heeft, maar verwacht wel degelijk dat de geschetste scenario’s ertoe bijdragen dat de branche ook over tien of vijftien jaar de geëiste 95 procent recycling weet te halen. Al kijkt ze geenszins weg voor mogelijke uitdagingen. “Ons werk valt nu nog onder de EU-end-of-life-vehicles-directive en de EU-battery-directive. Dat zijn Europese richtlijnen die momenteel onder revisie liggen en waarschijnlijk worden omgezet in EU-regulations. Ofwel: de regels worden strenger, dwingender. Batterijen mogen nu nog voor 50 procent gerecycled worden, dat zal 60 of 70 procent worden. Maar eigenlijk zie ik dat als kans. Een kans om het nog beter te doen.”    

Nuttig hergebruiken 

ARN (Auto Recycling Nederland) is in 1995 opgericht en is de uitvoeringsorganisatie die namens de RAI vereniging (auto importeurs), BOVAG (dealerbedrijven), FOCWA (schadeherstelbedrijven) en Stiba (voertuigdemontagebedrijven) de zogenoemde producentenverantwoordelijkheid uitvoert. Ofwel: ervoor zorgt dat iedere verkochte auto aan het einde van zijn levensduur voor tenminste 95 procent wordt gerecycled. Doel: Nederland helpen te voldoen aan de Europese normen en autodemontage/-recycling zo schoon, duurzaam en volledig mogelijk maken.

Volgens de ‘Europese Autowrakken richtlijn’ van 2015 moeten alle lidstaten van de Europese Unie minstens 95 procent van het gewicht van afgedankte auto’s nuttig hergebruiken: 85 procent in de vorm van hergebruik van componenten en materialen; 10 procent via energieterugwinning of andere nuttige toepassingen. In Nederland helpt ARN de sector om die doelstelling te halen, en liefst zelfs te overtreffen. In het afgelopen jaar lukte dat voor maar liefst 98,3 procent.  

Autorecycling moet en kan schoner

Iris-Mec-depolutie-stations-3-voudig
Lees het gehele artikel

In de wereld van recyclage neemt autorecycling een aparte plaats in. Het aantal afvalstromen dat gepaard gaat met het recycleren van een auto is ongekend hoog. Speciale aandacht verdient het terugwinnen van de vele vloeistoffen die een auto rijk is, denk aan motorolie, remolie, versnellingsbakolie, cardanolie, koelvloeistof, aircogas, accuvloeistof en brandstoffen als benzine, diesel en lpg. Te veel om op te noemen en iedere vloeistof dient met de grootste voorzichtigheid behandeld te worden. Maar al te vaak ziet de vloer onder de hefbrug eruit als een landkaart… er wordt veel gemorst en verspild. Dat kan beter, dacht Bronneberg Recycling Machines. “Het moet schoner, sneller en secuurder”, oppert Henri Jegerings van Bronneberg. Hij licht toe wat het bedrijf vanaf nu te bieden heeft.

Elke vloeistof wordt individueel afgevoerd.

Depollutie-systeem in dienst van het recyclagebedrijf en het milieu

Bronneberg kwam in contact met de firma Iris-Mec uit Italië, die gespecialiseerd is in machines voor autorecyclage. “Wij betrekken exclusief voor de Nederlandse, Belgische en Duitse markt alles wat nodig is om een volwaardig depollutie-systeem in te richten in de werkplaats. In dat systeem bevinden zich onder andere een autolift en voor elke vloeistof een eigen speciale boormachine, die tijdens het boren het boorgat afsluit en afzuigt. Tevens voor elke vloeistof een eigen opvangtank met filtermogelijkheid. Ook voor de airco is er een aparte tank, evenals lpg. Er is zelfs een draagbare alligatorschaar leverbaar voor het verwijderen van de katalysator.”

Jegerings verzekert ons dat er maximaal schoon gewerkt kan worden met een gigantische tijdwinst ten opzichte van het afvoeren van vloeistoffen op de traditionele manier. “Schoon werken is belangrijk. Het kan nu. Eigenlijk durf ik te zeggen dat wanneer je de middelen hebt om een depolutie-systeem aan te schaffen, je de mentaliteit zou moeten hebben om dat ook te doen. Elke druppel die je morst is er een teveel.” Inmiddels heeft Bronneberg al drie depollutie-centers verkocht aan klanten in België. “Complete lijnen, met alles erop en eraan”, licht Jegerings toe. “Soms denk ik wel eens bij mezelf: waarom zijn wij als specialist in recyclingmachines hier niet eerder mee begonnen? Maar ja, voor alles is blijkbaar een tijd en een plaats.”

Iris-Mec carrosserie kantelsysteem.

Vrijstaand of in container

De diverse onderdelen van het Iris-Mec depollutie-systeem kunnen los van elkaar geleverd worden, of zelfs compact in één container. “Gemak dient de mens. Als je de ruimte hebt om alles los neer te zetten, dan heb je in principe de container niet nodig. Wie een vaste, beperkte ruimte beschikbaar heeft of gewoon heel overzichtelijk wil werken, kan kiezen voor de containerversie.” Jegerings ziet dat de autosloopmarkt professionaliseert. “Dat heeft mede te maken met het toenemen van wetten en regels omtrent recyclage, ook daar ontsnapt het autodemontagebedrijf niet aan. Het depollutie-systeem van Iris-Mec draagt 100% bij aan het professionaliseren van je bedrijf. Je werkt aantoonbaar schoon.” Bronneberg stond met een stand op de afgelopen ‘Autoverwertertagung’ in Duitsland, de Europese vakbeurs voor autorecyclage. Daar toonde het bedrijf hun autopletter en het Iris-Mec systeem. “Een groot succes in alle opzichten, de markt is hier al een hele tijd klaar voor”, meent Jegerings.

Hoe compleet wil je het hebben?

De blik op elektrisch

ELV-recycling is in opkomst. De accupakketten in elektrische en hybride auto’s worden in de media als het probleem van de toekomst afgeschilderd. Toch weet Jegerings dat de ontwikkelingen in de recyclage van deze accu’s snel gaan. “We zullen ook wel moeten”, zegt hij. “Als je ziet hoeveel auto’s er de komende jaren hun ‘end of life-cycle’ gaan bereiken, dan zitten we inderdaad met een probleem straks. Gelukkig wordt er in de recyclesector keihard gewerkt aan oplossingen, wij zijn daar ook mee bezig.” Mogen we van Bronneberg in de (nabije) toekomst oplossingen voor deze accurecyclage verwachten? Jegerings antwoordt: “Daar kun je op rekenen.”

Tot besluit zegt Jegerings: “We werken momenteel aan een demo opstelling van het Iris-Mec depollutie-systeem bij ons in Helmond. Goed om te weten voor de klanten: we verzorgen de verkoop, installatie, onderhoud en leveren alle verbruiksartikelen en slijtdelen die samenhangen met de configuratie. We hebben op dit moment zeven monteurs op de weg zitten, voor hen is dit ook een mooie verbreding van hun werk in de buitendienst.”