Tagarchief: BRBS Recycling

Que sais je?

Otto-TTCBE_01
Lees het gehele artikel

Wees gerust, u heeft niet per ongeluk de Belgische editie van RecyclePro in uw handen. Que sais je?, of “wat weet ik?” was de lijfspreuk van de 16e-eeuwse filosoof Michel de Montaigne. “Door zelfonderzoek krijg je inzicht hoe te handelen volgens je eigen aard”, dat is eerder een praktische wijsheid dan een grote filosofische waarheid, was een van zijn meningen waar hij veel respect mee verdiende.

En wat weten we nu echt over de Circulaire Economie? Hoe moeten we handelen om een volledig Circulaire Economie te bereiken? En is de Circulaire Economie een utopie of toch echt bereikbaar? Al deze vragen houden inmiddels veel mensen over de hele wereld bezig, vanuit bezorgdheid of vanuit professie, maar in ieder geval met veel bevlogenheid.

Zelf zie ik de Circulaire Economie als het equivalent van eeuwigdurende kosmische balans, een soort Yin Yang, zo u wilt. In de ontwikkeling naar een beter bestaan voor allen heeft de industriële revolutie er voor gezorgd dat een groot deel van de wereld een dak boven zijn hoofd heeft, op vakantie naar een warm land kan gaan en een mobiele telefoon in bezit heeft. Dat we hiermee een onnoemelijke schade aan de planetaire balans van onze aarde hebben aangericht was destijds niet te bevroeden. We zullen de komende jaren dus extra inspanningen moeten verrichten om de balans in het geheel van alle ecosystemen, onze planeet aarde, te herstellen.

Onterecht wordt de Circulaire Economie heden ten dage nog vooral opgehangen aan het verschijnsel “afval en recycling”.  Hoewel onterecht, is dit zeker begrijpelijk en in de minste plaats ook veroorzaakt door de afval- en recyclingbranche zelf. Tegelijkertijd maakt recycling, als langst bestaande trede van de R-ladder, ook zichtbaar waar het in de Circulaire Economie aan schort en biedt het een aanknopingspunt om op te gaan acteren. 

De theoretische benadering, met Doelentrajecten, MKI-berekeningen, Transitieagenda’s, Moonshots en Roadmaps, moet op zeer korte termijn omgezet worden in praktische uitvoeringsscenario’s met haalbare en afrekenbare doelen voor de gehele keten.

De Nederlandse Circulariteitsdoelen voor grondstoffen: Narrow the loop, Slow the loop, Close the loop en Substitutie, vragen op productgroepniveau om prestaties die van toegevoegde waarde zijn voor het bereiken van een volledig Circulaire Economie in 2050. De kennis en ervaring die door de afval- en recyclingindustrie is opgebouwd zal dan ook een onontbeerlijke schakel in de productgroepstrategiën worden. Daar waar de recyclingbedrijven eerst alleen buiten aan de achterkant van de productielocatie van een bedrijf het afval mochten ophalen, zijn de adviseurs de laatste jaren al bij de productieprocessen betrokken om het afval te beperken (reduce) en te scheiden (recycle) en te laten hergebruiken (re-use). De volgende stap is om hen ook te betrekken in de ontwerpfase (re-think) van producten  en hierbij secundaire grondstoffen in te laten zetten (replace) of recyclebare/herbruikbare materialen voor in te laten zetten.

Natuurlijk is het “eng” om een recyclingbedrijf mee te laten kijken in je ontwerpproces en een marketeer zal het echt niet leuk vinden wanneer een grondstofspecialist aangeeft dat de gebruikte grondstoffen van het product toch echt niet bijdragen aan de herbruikbaarheid of recyclebaarheid ervan. Acceptatie van deze paradigmashift zal nog best wat discussie met zich meebrengen maar is in mijn ogen onontbeerlijk.

Ik sluit graag af met een voor mij inspirerende quote: “het nut van het leven ligt niet in de lengte ervan maar wat u ermee doet”, laat dit ook voor u een inspiratie zijn om toch vooral de juiste dingen te doen.  

Mensen doen zaken met mensen, niet met bedrijven

Recyclingsymposium-2019-(7)
Lees het gehele artikel

In de jaren ’90 ontmoetten afvalinzamelaars- en recyclers en hun relaties elkaar op de Nederlandse beurs EcoTech. Toen deze beurs aan het eind van de vorige eeuw ophield te bestaan was er eigenlijk geen plaats meer waar leveranciers en klanten uit de beroepsgroep afvalinzameling en recycling elkaar informeel konden treffen.

De Vakbeurs Recycling is goed in dit gat gestapt en begrijpt dat mensen zaken doen met mensen, en niet met bedrijven. De persoonlijke relatie in de recyclingbranche is van groot belang. Door met elkaar te praten begrijpen we elkaars uitdagingen en kunnen leveranciers in korte tijd veel relaties treffen en samen werken aan oplossingen, zowel op technisch als op logistiek gebied.

Binnen een vereniging draait ook alles om mensen. Wij zijn er als BRBS Recycling voor en door de leden. Dat is ook de reden dat wij jaarlijks met meerdere gelijkgestemde verenigingen het Recyclingsymposium organiseren. Een symposium dat door de leden en donateurs wordt bezocht vanwege de  inhoudelijke goede sprekers, maar ook door de netwerkmogelijkheden. De gesprekken voorafgaand, in de pauze, en na afloop tijdens de lunch van het symposium zijn minstens zo belangrijk.

Een aantal van onze leden en donateurs zijn al vertegenwoordigd met een eigen stand op de Vakbeurs Recycling en BRBS Recycling heeft als aanvulling op de netwerkmogelijkheden voor haar leden tijdens het Recyclingsymposium ook de beschikking over een beursstand. Hier kunnen leden en donateurs even stoppen voor een praatje of advies. Daarnaast bieden we ook onze internationale branchevereniging FIR (Fédération Internationale du Recyclage) de mogelijkheid om op onze stand haar internationale relaties te ontvangen en te spreken.

In 2022 hopen wij de 10e editie van het Recyclingsymposium te mogen organiseren. Wederom tijdens de Vakbeurs Recycling. Mocht u als bezoeker niet in de gelegenheid zijn om het Recyclingsymposium bij te wonen (aanmelden vooraf verplicht) kom dan vooral even langs op onze stand.

VERAS treedt toe als medeorganisator van het Recyclingsymposium

BRBS
Lees het gehele artikel

Met de toetreding van VERAS ontstaat een verdere verbreding van het organiserende platform. Naast de mediapartners: Recycling Magazine Benelux, Afvalgids, BEwerken en AfvalOnline, wordt de milieutechnologiesector van ENVAQUA en het recyclingnetwerk van BRBS Recycling nu aangevuld met het netwerk van sloopaannemers van VERAS. Het Recyclingsymposium biedt hiermee een platform voor een nog breder publiek.

Het Recyclingsymposium 2021

Het Recyclingsymposium wordt dit jaar alweer voor de 9e keer gehouden tijdens de Vakbeurs Recycling in de Evenementenhal in Gorinchem. In de vernieuwde Next Level congreszaal worden lezingen verzorgd door het PBL, het ministerie van IenW, ABN AMRO, Coöperatie Insert en Auping. Tevens is er aandacht voor de toekomst: traditiegetrouw wordt de Student Recycling Award uitgereikt aan studenten die hun afstudeerscriptie, met als onderwerp een bepaalde vorm van recycling en duurzaamheid, hebben ingezonden.

Daarnaast is het Recyclingsymposium ook dé ontmoetingsplek voor recyclers en nu dus ook voor sloopaannemers om elkaar te treffen voorafgaand aan het bezoek van de Vakbeurs Recycling. Toegang voor leden en donateurs van de organiserende verenigingen is gratis. Belangstellenden kunnen zich tegen betaling aanmelden via de website van het Recyclingsymposium: www.recyclingsymposium.nl

Recycling Ontketend

Het thema van het Recyclingsymposium van dit jaar is “Recycling Ontketend”. Dagvoorzitter Jan Paul van Soest gaat met de sprekers en deelnemers in gesprek over de inhoud van de lezingen en tracht te ontketenen wat nu nog vast zit en nieuwe coalities te vinden.

Samen naar een circulaire economie

Een circulaire economie bereiken we alleen door samenwerking. BRBS Recycling, ENVAQUA en VERAS onderkennen dit. Als belangrijke schakels in de circulaire economie werken VERAS en BRBS Recycling zelfs al samen op verschillende dossiers, onlangs hebben zij gezamenlijk een whitepaper over circulair beton gepubliceerd. Met de nieuwe samenstelling van de organisatie van het Recyclingsymposium bevestigen de organiserende partijen dat ketendenken onmisbaar is voor het bereiken van een circulaire economie.

Het Recyclingsymposium vindt dit jaar plaats op woensdagochtend 17 november.

BRBS Recycling start pilot afvalbrandpreventie met verzekeraars

Naamloos-3 kopiëren
Lees het gehele artikel

Uniek samenwerkingsverband

Het ketensamenwerkingsverband tussen afval- en recyclingbedrijven, verzekeraars, tussenpersonen en risico-inspecteurs gaat de pilotbedrijven inspecteren en de uitkomsten hiervan verwerken in het Oodit Preventie-platform.  In samenwerking met Burghgraef is een specifieke recycling & afvalbrand module ingericht. Dit digitale platform geeft per locatie van de deelnemende afval- en recyclingbedrijven een actueel en helder inzicht in de brandrisico’s en laat zien hoe deze permanent of periodiek zijn te monitoren om de kans op brandschade zo veel als mogelijk te elimineren, welke functionaris hiervoor verantwoordelijk is en wie dit gaat afhandelen en geeft uiteindelijk een melding wanneer dit is afgehandeld. Deze methodiek maakt het voor verzekeraars mogelijk om daar waar nodig tussentijds sturing te geven en een maatwerkpolis en dito premie aan te bieden. Een situatie die uitgaat van een positieve agenda en waarbij investeringen in brandpreventie eenvoudig terugverdiend kunnen worden door een lage(re) verzekeringspremie en niet in de laatste plaats het verzekerbaar houden of krijgen van het bedrijf. Uiteindelijk is de doelstelling dat het platform beschikbaar is voor de gehele sector.

Branche neemt zelf verantwoordelijkheid

De pilot wordt uitgevoerd door 7 afval- en recyclingbedrijven uit de geleding van BRBS Recycling die gedurende een periode van 7 maanden de beschikking krijgen over het Preventie-platform Oodit.

Naast betere en betaalbaardere verzekerbaarheid is de verwachting dat het gebruik van het platform tevens meewerkt aan het verbeteren van het imago van de afval- en recyclingbranche richting de politieke en publieke opinie. De branche neemt immers zelf het initiatief om door risicomonitoring- en beperking het aantal afvalbranden nog verder te verminderen en eventuele maatschappelijke kosten tot een minimum te beperken.

Oorzaak van afvalbranden wegnemen

De pilot moet ook een objectief inzicht geven in het aantal (bijna) afvalbranden dat jaarlijks ontstaat en de oorzaak hiervan. Het is bekend dat Lithium-Ion batterijen in het afval in de afgelopen jaren steeds vaker als bron van ontsteking werden aangemerkt, deze pilot kan helpen om het afvalbeleid hierop aan te passen.

ZZS en acceptatiebeleid

ZZS kopiëren
Lees het gehele artikel

Deze stoffen zitten onder meer in producten als verf, lijm, plastics, schoonmaakmiddelen en bouwmaterialen. Aan het einde van hun levenscyclus gekomen, kunnen deze producten vervolgens in afvalstromen voorkomen. Nu de overheid op basis van risicoanalyses deze stoffen zoveel als mogelijk wil weren, rijst de vraag wat dit voor het acceptatiebeleid van recyclingbedrijven kan betekenen.

“Voortschrijdend inzicht maakt dat die lijst sinds enkele jaren met de dag groter wordt. In het licht van een doelmatig afvalbeheer is in LAP3 dan ook een zogenaamde risicoanalyse geïntroduceerd. Bevat een afvalstof, of een recyclingproduct, een gehalte aan ZZS die de samenstellingsgrenswaarde overschrijdt, dan kan dat gevolgen hebben voor de vergunde activiteit,” weet ir. Erik Doekemeijer, directeur/eigenaar van ECD Milieumanagement. 

Een chemische analyse om zicht te krijgen of en in welke mate een aangeboden afvalstroom ZZS bevatten, zal voor een recyclingbedrijf praktisch niet uitvoerbaar blijken. “Een duidelijk beeld van de herkomst echter des te meer. Als sprake is van een niet verdachte herkomst moet acceptatie geen probleem zijn. Dat betekent wel dat er een grotere verantwoordelijkheid op de schouders van de ontdoener rust. Deze dient dan ook zijn aangeboden afvalstroom zo gedetailleerd mogelijk te specificeren. Niet voor niets is het Besluit melden hiervoor aangescherpt,” vervolgt Doekemeijer. 

Contractueel uitsluiten

Dat vrijwaart een afvalverwerker echter niet van enig risico. Doekemeijer bepleit dan ook het contractueel vastleggen van het feit dat de aangeboden afvalstroom de grenswaarde aan ZZS niet overschrijdt. Gezien het dynamische karakter van de door het RIVM bijgehouden lijst sluit dit nog niet elk risico uit. Te meer daar het vaak enige tijd duurt voordat de feitelijke verwerking van de afvalstroom plaatsvindt. Zou ook een dergelijk risico contractueel uitgesloten moeten worden?

Doekemeijer: “We moeten de problemen niet groter maken dan ze nu al zijn. Een jaar of vijf geleden is de overheid gestart met het in kaart brengen van de herkomst van emissies van ZZS in ons land. Die data bleven vervolgens geruime tijd onder de radar, totdat de omgevingsdiensten in 2018 in het geweer kwamen. Een format, welke specifieke informatie bedrijven ter zake zouden moeten aanleveren, zag het licht. Voor de chemische industrie wellicht een functioneel format, daar deze sector op stofniveau inzicht heeft, wat zij in hun productieprocessen toepassen. Maar nu die uitvraag ook een op een wordt gekopieerd naar de afvalsector, dreigt een serieus probleem de kop op te steken. Achteraf gezien is daar wellicht door de sector te terughoudend op gereageerd.”

Inventarisatie 2020

Voor het verkrijgen van een volledig en actueel inzicht in het gebruik en de emissies van (potentiële) ZZS bij de provinciale bedrijven zijn omgevingsdiensten dit jaar een inventariserend onderzoek gestart met als doel uiterlijk op 31 december 2020 een duidelijk beeld te hebben. De uitkomst daarvan zou gevolgen kunnen hebben voor nu nog vergunde activiteiten. De omgevingsdiensten zijn namelijk voornemens om op basis van die aangeleverde informatie te beoordelen of deze volledig en correct is om vervolgens de verleende vergunningen te screenen. Dit kan per omgevingsdienst tot verschillende uitkomsten leiden. Doekemeijer: “Ik zou de sector dan ook het advies geven te bepleiten dit vraagstuk op een uniforme, dus landelijke schaalgrootte, te benaderen.”

Realistisch

“In Nederland willen wij van alles. Ook potentiële risico’s reduceren wij bij voorkeur tot nul. Maar zolang er nog geen volledig beeld is van die potentiële risico’s, laat staan waar een grenswaarde echt kritisch wordt, is dit dweilen met de kraan open.  In dat licht gezien is de inventarisatie wel van betekenis. Want wat je niet wilt, is dat je vandaag een gecertificeerd product in de markt neerzet dat vervolgens is toegepast een werk en waarvan drie jaar later blijkt dat het de bron is van een milieuprobleem. Is dat hypothetisch? Ik waag dat te betwijfelen. Neem bijvoorbeeld werken waarin immobilisaten zijn toegepast. De kans dat die ooit in de keten terugkeren, acht ik bepaald niet uitgesloten.”

BRBS Recycling – het fundament van de Circulaire Economie

Fundering
Lees het gehele artikel

Sinds de jaren 90 van de vorige eeuw is de recyclingsector in een rap tempo geprofessionaliseerd. Mede ingegeven door wet- en regelgeving worden de ontdoeners (zowel consumenten als bedrijfsleven) door de overheid en de recyclingsector geïnstrueerd en geadviseerd over de wijze waarop zij zich het beste van hun afval kunnen ontdoen en Nederland lange tijd als Recyclingkoploper bekend staat. 

Het is die zelfde recyclingsector die zich heden ten dage door haar brancheorganisaties, zoals BRBS Recycling, laat vertegenwoordigen in het overleg met de Overheid. Overleg over bijvoorbeeld de revisies van belangrijke beleidsbepalende instrumenten zoals het LAP (Landelijke Afvalbeheersplan), de Circulaire Economie in de verschillende transitieagenda’s en over het verminderen van het verbranden van recyclebaar afval in Afvalverbrandingsinstallaties. En toch lijken we de laatste jaren stil te staan op het gebied van het recyclingpercentage.

In Nederland zijn dagelijks circa 40.000 duizend mannen en vrouwen bezig met het opruimen van de vergane welvaart van de Nederlandse consument. Voor dag en dauw vangen deze vakmensen hun werkzaamheden aan. Op de vrachtauto, aan de sorteerlijn, als operator of als planner; een hele ketting van mensen en processen die er uiteindelijk toe leidt dat zo’n 80% van al het afval wordt gerecycled. Van de in Nederland in totaal vrijkomende hoeveelheid van zo’n 60 miljoen ton afval verbranden en storten we op dit moment nog zo’n 9 miljoen ton Nederlands afval. Gelukkig zijn we hard op weg om steeds meer en beter te recyclen en in 2050 zou het concept afval niet meer moeten bestaan en zijn we volledig circulair.

In 1980 is BRBS Recycling opgericht. Vanaf dat moment heeft de vereniging zich hard gemaakt voor meer en betere recycling van, met name, bouw- en sloopafval en in toenemende mate ook bedrijfsafval en grof huishoudelijk afval. Dat deze inzet succesvol is geweest blijkt wel uit het feit dat het eerder genoemde totale recyclingpercentage van 80% voor een groot deel uit steenachtig materiaal en bouw- en sloopafval bestaat. Zowel in volume als in gewicht is deze afvalfractie goed voor ruim 98% recycling, het fundament van de Circulaire Economie dus.

En dit alles zonder enige vorm van subsidie, producentenverantwoordelijkheid of ketendeficit. Gewoon op basis van goede regelgeving, kwaliteitsnormen, marktontwikkeling en vraag- en aanbod. Alleen overheidsinterventie in de vorm van een stortverbod voor bouw- en sloopafval, geflankeerd door de Wet milieubeheer en het Besluit bodemkwaliteit was genoeg om de markt zijn werk te laten doen.

Het is dan ook kort door de bocht om recycling van steenachtige stromen en andere vormen van traditionele recycling te betitelen als “downcycling”, enkel en alleen omdat de toepassingen vaak ondergronds plaatsvinden. Natuurlijk wil de recyclingbranche haar recyclinggranulaten graag inbrengen in bouwwerken; kwalitatief is granulaat onder BRL2506 hier uitermate geschikt voor. En hiermee wordt tevens de weg vrijgemaakt voor andere vrij toepasbare recyclingstromen die als wegfundering kunnen dienen. Een nog hoger totaal recyclingpercentage zonder exorbitante meerkosten.

En dat is precies waar BRBS Recycling voor staat. Een nuchtere en heldere blik op de Circulaire Economie door meer en betere recycling te stimuleren en haar leden met elkaar en de overheid in verbinding te brengen om het fundament van de circulaire economie een stevig huis te bouwen.

NL | Protocol afvalsector Nederland voor werken in de 1,5 meter samenleving

Lees het gehele artikel

Gister presenteerde de afvalbranche een protocol voor werken in de anderhalvemetersamenleving. Met de maatregelen in dit protocol kunnen organisaties in de branche het werk veilig en gezond voortzetten, zoals ze dat gedurende de coronacrisis steeds zijn blijven doen. Het protocol is een gezamenlijk product van de werknemers-, werkgevers- en brancheorganisaties CNV, FNV, HZC, WENB, BRBS Recycling, BVOR, NVRD en Vereniging Afvalbedrijven. De inhoud is afgestemd met de rijksoverheid.

Meteen na de uitbraak van het coronavirus in Nederland heeft de sector zijn verantwoordelijkheid genomen en maatregelen getroffen, zowel om medewerkers te beschermen tegen besmetting met het coronavirus als om de continuïteit van inzameling en verwerking van afval te garanderen. Inzamelen, vervoeren, recyclen en verwerken van afval zijn essententiele activiteiten, die continue bezetting vragen voor het draaiend houden van de samenleving. De rijksoverheid heeft de sector daarom ook aangemerkt als ‘vitale sector’. Stilvallen van de activiteiten is niet wenselijk. Ook in coronatijd moeten de werkzaamheden doorgaan. Uitgangspunt is dat het werk verantwoord gebeurt. De gezondheid en veiligheid van medewerkers, klanten en leveranciers, actief in de afvalbranche, moet steeds gewaarborgd zijn.

In het protocol maken de organisaties inzichtelijk hoe ze de 1,5 meter- en hygiënemaatregelen op de werkvloer hanteren. Daarvoor zijn de richtlijnen, adviezen en maatregelen van de rijksoverheid en het RIVM het uitgangspunt geweest. Het protocol geeft handvatten hoe en op welk moment welke maatregelen te treffen om de kans op besmetting met het coronavirus zoveel mogelijk te voorkomen. Het biedt organisaties de basis voor het opstellen van een eigen werkprotocol op maat, aansluitend op de eigen bedrijfsvoering en op de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Dat past het beste bij de sector, omdat geen organisatie hetzelfde is en elke organisatie zijn eigen activiteiten heeft. De partijen die het protocol hebben opgesteld, gaan onderzoeken of de maatregelen die hierin zijn opgenomen kunnen worden ingebed in de Arbocatalogus Afvalbranche. Op die manier wordt geborgd dat de inhoud van het protocol actueel blijft en de werking van de maatregelen wordt geëvalueerd.

Het protocol heeft een algemeen deel, dat voor alle organisaties bruikbaar is, en een deel met specifieke activiteiten. In het algemene deel gaat het bijvoorbeeld om het beoordelen van gezondheidsklachten van medewerkers en het treffen van hygiënemaatregelen tijdens werkzaamheden. In het deel met specifieke activiteiten staan maatregelen voor inzameling, beheer & onderhoud, recycling en verwerking. Het gaat steeds om maatregelen bij de bron, technisch/organisatorische maatregelen en het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Samen op weg naar #Zerowaste

ton-van-der-giessen-1-high-resolution-kopieren-1
Lees het gehele artikel

BRBS Recycling en Recyclepro gaan samenwerking aan om het begrip “afval” uit de wereld te helpen

In 2020 bestaat BRBS Recycling 40 jaar. Destijds begonnen als “Belangenvereniging Recycling Bouw- en Sloopafval” en inmiddels een Branchevereniging die in het hart van de Circulaire Economie staat met leden die in de gehele keten actief zijn.

Over afval, recycling en de Circulaire Economie wordt veel geschreven en gesproken. Via verschillende media komen allerhande berichten dagelijks bij ons binnen; de ene vluchtig – via een tweet, de ander uitgebreid en zwaar – via een vakblad of circulaire. In een wereld waarin het hoogste woord op basis van het aantal views of likes voor waarheid wordt aangenomen kiest BRBS Recycling bij voorkeur voor het gedrukte woord. Een gedrukt woord in een vorm die op het moment dat het schikt tot zich kan worden genomen en via de leestafel kan worden gedeeld en besproken: een magazine dus.

Om onze boodschap nog breder te verspreiden zijn wij een samenwerking aangegaan met Recyclepro, het magazine dat al enige jaren verspreid wordt in België en nu ook een Nederlandse uitgave kent. Wij zijn bijzonder verheugd met deze uitbreiding van ons lezerspotentieel en hopen hiermee nog meer mensen te inspireren en het scheidings- en recyclingpercentage van afval in Nederland (en daarbuiten) te verhogen.

Een mooi voorbeeld van inspiratie is het jaarlijkse Recyclingsymposium in Gorinchem, op dit moment zijn wij alweer druk bezig met de voorbereiding van de 2020 editie die op woensdag 18 november gehouden zal worden. Markeer die datum alvast in uw agenda!

In de geest van Reduce, Reuse & Recycle wijzen wij u er natuurlijk op dat deze uitgave ook digitaal te verkrijgen is via recyclepro.eu en dat u uw hardcopy exemplaren na het doorgeven aan uw collega’s natuurlijk in de papiercontainer deponeert. Zo sparen we grondstoffen en geven we deze uitgave weer een volgend leven

Veel leesplezier!


carltoon_legolisering-kopieren

Rekenmodel stimuleert hergebruik bouwproducten

De gebouwde omgeving blijkt voor de helft van het totale materiaalgebruik verantwoordelijk. Om de ecologische voetafdruk te verminderen, zal er niet alleen meer over de hoeveelheid, herkomst en schaarste van grondstoffen nagedacht moeten worden. Daarnaast zal het noodzakelijk zijn een methode te ontwikkelen die de financiële restwaarde van bestaande bouwproducten berekent en zo het hergebruik stimuleert.

Op dit moment ontbreekt echter het inzicht om te berekenen of hergebruik van bouwproducten financieel gunstig kan zijn. Er is dan ook behoefte aan een ‘Residual Value Calculator’, een rekenmethodologie die uitgaat van factoren zoals grondstofprijs, kwaliteit, losmaakbaarheid, transport en onderhoud- en reparatiekosten. Als de financiële en materiële restwaarde bij leveranciers van bouwproducten, projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties en financiers van bouwprojecten eenmaal inzichtelijk zijn, ontstaat er een prikkel om bij het einde van de economische levensduur niet te slopen, maar te demonteren.

Zo’n transitie naar duurzaam hergebruik heeft echter alleen kans van slagen als de hele sector, inclusief financiële instellingen het nut en de rentabiliteit ervan inzien. Door de toekenning van een restwaarde komen andere businessmodellen in zicht, zoals een lease-businessmodel of een terugkoop-businessmodel. Net zo belangrijk als het ontwikkelen van een restwaardemethodiek is daarom het in gang zetten van een beweging die zorgt dat de betrokken partijen al bij de planvorming afspraken vastleggen over de restwaarde van bouwproducten. De overheid kan zo’n beweging een extra impuls geven door, bijvoorbeeld via het Bouwbesluit, bij nieuwbouw en verbouw een minimumpercentage hoogwaardig hergebruikte bouwmaterialen voor te schrijven.

Residual Value Calculator

Voor het noodzakelijke inzicht in de restwaarde van bouwproducten heeft TNO met het C2C ExpoLAB op basis van binnenwanden in kantoren inmiddels een prototype van de Residual Value Calculator ontwikkeld. Op termijn verwacht Sara Wieclawska van TNO in een voorspellingsmodel voor een uitgebreide portfolio aan bouwproducten te kunnen voorzien, dat inzicht biedt in de daadwerkelijke restwaarde van de verschillende roerende, semi-roerende en wellicht ook onroerende goederen in een gebouw. Zij voorziet dat er zo een incentive ontstaat om niet te gaan slopen, maar te demonteren en ook na te denken over de losmaakbaarheid of ‘lego-lisering’ van het design van de verschillende producten.

Design for disassembly

Voor de bepaling van de restwaarde is er derhalve ook voor fabrikanten van bouwmaterialen een belangrijke rol weggelegd. Zij kunnen bij uitstek aan de knoppen draaien om de restwaarde te vergroten. Blijkt bijvoorbeeld dat het loshalen van een schroef- en nagelvaste binnenwand kostentechnisch gezien niet aantrekkelijk is, dan loont het aantoonbaar de moeite om deze wand makkelijker demontabel te maken. Dit zorgt tegelijk voor een essentiële nieuwe beweging: die naar circulair design van producten in de ontwerpfase, ofwel design for disassembly.


billions-dollars-online-clothing-returns-landfill-kopieren

Europese recycling staat nog in de kinderschoenen

Voor Europa is de circulaire economie bijzonder interessant, desondanks blijft het hergebruik steken op amper 10 procent van de grondstoffen. Een kritisch rapport door het Europese Milieuagentschap (EEA) pleit voor meer investeringen en schaalvergroting.

Inzetten op een circulaire economie vermindert tegelijk de afvalberg en de behoefte aan grondstoffen, is efficiënter en beter voor het klimaat en ook nog eens goed voor de biodiversiteit. Een geïndustrialiseerde regio als Europa, die daarnaast sterk afhankelijk is van de import van schaarse grondstoffen, heeft er dan ook veel bij te winnen. Toch blijft het bij te kleine projecten, zegt het Europese Milieuagentschap in het rapport ‘Paving the way for a circular economy: insights on status and potentials’, dat een inventaris maakt van de bestaande initiatieven.

Verschuiving bezig

Europese bedrijven schuiven wel in toenemende mate op naar een circulair businessmodel. Ze richten zich daarbij vooral op operationele efficiëntie en vermindering van hun afval. Ook de verschuiving van product naar dienstverlening is veelbelovend. Maar de grootste obstakels voor een snellere verschuiving naar dergelijke modellen zijn “de bedrijfscultuur, de marktfactoren en de complexiteit van het systeem”, stelt het rapport. “De beschikbare statistieken rond gebruik van grondstoffen tonen aan dat de circulaire economie nog in haar kinderschoenen staat,” zo is te lezen. “Op macroniveau wordt amper 10 procent van de gebruikte materialen in de Europese economie gerecycled en opnieuw gebruikt.”

Verschillen

De gemiddelden verbergen wel grote verschillen wat betreft materialen en landen. Zo wordt amper één procent van schaarse materialen als lithium en silicium gerecycled, tot meer dan de helft voor zilver en lood. En ook tussen de individuele lidstaten zijn de verschillen groot.

Het volume afval groeide tussen 2010 en 2016 opnieuw met drie procent, maar ook het volume gerecycled afval groeide met de helft. De afvalverbranding met energieproductie groeide in dezelfde periode eveneens met 12 tot 18 procent, terwijl storten op land met bijna een derde daalde.

Schaal

Uit de onderzoeken van de EEA blijkt dat 21 van de 32 lidstaten al maatregelen hebben genomen om circulaire initiatieven te steunen. Het gaat meestal om wetgeving en marktinstrumenten met het oog op recycling, energie-efficiëntie en afvalbeheer, terwijl thema’s als eco-design, consumptie en hergebruik vaak gesteund worden met ‘zachtere’ beleidsinstrumenten zoals informatiecampagnes of labels.

Het rapport stipt aan dat niet alleen de initiatieven zelf meer investeringen nodig hebben, maar ook de monitoring ervan. Heel wat relevante data, zoals over de productie- en consumptiefase in de levenscyclus van producten, zijn niet beschikbaar in de bestaande systemen en overheidsstatistieken. En, stelt het rapport, het beleid rond circulaire economie moet beter geïntegreerd worden met het klimaatbeleid.


astronauta-luna-kopieren

De EU Green Deal – de man op de maan!

Krachtige beslissingen inzake afvalinzameling en -beheer

Op 11 december 2019 presenteerde Commissievoorzitter Ursula von der Leyen de Europese Green Deal. Zij noemde deze Green Deal, die Europa vóór 2050 tot het eerste klimaatneutrale continent moet maken, Europa’s “Man-on-the-moon project”.

Deze Green Deal wordt breed ingestoken. Met de drie grote pijlers Zero Emission, Circular Economy en Zero Pollution worden alle sectoren van de Economie bestreken.

De eerste aanwijzingen op het gebied van de Circulaire Economie gaan in de richting van een actieplan dat beleid voor duurzame producten omvat, dit ter bevordering van het circulaire ontwerp van alle producten op grond van één methodologie en gemeenschappelijke beginselen. Het actieplan zal er met name op inzetten dat er minder materiaal wordt verwerkt en dat dit materiaal opnieuw wordt gebruikt, voordat het wordt gerecycled. Dit zal nieuwe bedrijfsmodellen bevorderen en minimumvoorschriften vaststellen om te voorkomen dat er milieuschadelijke producten op de EU-markt worden gebracht. Tevens zal de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid worden versterkt.

Het actieplan Circulaire Economie richt zicht zich met name op de sectoren die veel hulpbronnen vergen, zoals de textiel-, bouw-, elektronica- en kunststoffensector. Sectoren die energie-intensief zijn, zoals staal, chemie en cement worden, als bijdragers aan meerdere belangrijke waardeketens gevraagd koolstofvrij te worden en verder te moderniseren.

Daarnaast worden maatregelen getroffen teneinde bedrijven te stimuleren om herbruikbare, duurzame en repareerbare producten aan te beiden en consumenten in staat te stellen om voor die producten te kiezen. Er is zelfs sprake van een onderzoek naar een “recht op reparatie”.

In aanvulling op “Reduce” en “Re-Use” wordt op het gebied van “Recycle” gesteld dat het beleid voor duurzame producten ook voor veel minder afval zorgt. Als afval niet kan worden vermeden dient de economische waarde hiervan te worden benut en de impact ervan op het milieu en de klimaatverandering zo klein mogelijk te worden gehouden of in het geheel te worden vermeden. Dit vergt nieuwe wetgeving, met streefcijfers en maatregelen om oververpakking en afvalproductie tegen te gaan. Tegelijkertijd dienen ondernemingen in de EU te profiteren van een solide en geïntegreerde markt voor secundaire grondstoffen en bijproducten. Dit vereist nauwere samenwerking binnen alle waardeketens, zoals in het geval van de alliantie voor een circulaire kunststofeconomie. De Commissie zal wettelijke voorschriften overwegen om een impuls te geven aan de markt in secundaire grondstoffen met een verplicht gehalte aan gerecycled materiaal (bijvoorbeeld voor verpakking, voertuigen, bouwmateriaal en batterijen). Om het afvalbeheer voor burgers te vereenvoudigen en ondernemingen te verzekeren van schonere grondstoffen, zal de Commissie een EU-model voor gescheiden inzameling van afval voorstellen. De Commissie is van oordeel dat de EU haar afval niet meer zou moeten exporteren en zal daarom de regels inzake de overbrenging van afvalstoffen en illegale uitvoer herzien.

In maart 2020 wordt de verdere uitwerking en presentatie van het onderdeel Circular Economy verwacht. In relatie tot de “Man-on-the Moon” zal dit minimaal een 3-trapsraket worden, met een landing in 2050 met tussenstops in 2030 en 2040. Het aftellen is begonnen!!