Tagarchief: Circulaire Economie

Que sais je?

Otto-TTCBE_01
Lees het gehele artikel

Wees gerust, u heeft niet per ongeluk de Belgische editie van RecyclePro in uw handen. Que sais je?, of “wat weet ik?” was de lijfspreuk van de 16e-eeuwse filosoof Michel de Montaigne. “Door zelfonderzoek krijg je inzicht hoe te handelen volgens je eigen aard”, dat is eerder een praktische wijsheid dan een grote filosofische waarheid, was een van zijn meningen waar hij veel respect mee verdiende.

En wat weten we nu echt over de Circulaire Economie? Hoe moeten we handelen om een volledig Circulaire Economie te bereiken? En is de Circulaire Economie een utopie of toch echt bereikbaar? Al deze vragen houden inmiddels veel mensen over de hele wereld bezig, vanuit bezorgdheid of vanuit professie, maar in ieder geval met veel bevlogenheid.

Zelf zie ik de Circulaire Economie als het equivalent van eeuwigdurende kosmische balans, een soort Yin Yang, zo u wilt. In de ontwikkeling naar een beter bestaan voor allen heeft de industriële revolutie er voor gezorgd dat een groot deel van de wereld een dak boven zijn hoofd heeft, op vakantie naar een warm land kan gaan en een mobiele telefoon in bezit heeft. Dat we hiermee een onnoemelijke schade aan de planetaire balans van onze aarde hebben aangericht was destijds niet te bevroeden. We zullen de komende jaren dus extra inspanningen moeten verrichten om de balans in het geheel van alle ecosystemen, onze planeet aarde, te herstellen.

Onterecht wordt de Circulaire Economie heden ten dage nog vooral opgehangen aan het verschijnsel “afval en recycling”.  Hoewel onterecht, is dit zeker begrijpelijk en in de minste plaats ook veroorzaakt door de afval- en recyclingbranche zelf. Tegelijkertijd maakt recycling, als langst bestaande trede van de R-ladder, ook zichtbaar waar het in de Circulaire Economie aan schort en biedt het een aanknopingspunt om op te gaan acteren. 

De theoretische benadering, met Doelentrajecten, MKI-berekeningen, Transitieagenda’s, Moonshots en Roadmaps, moet op zeer korte termijn omgezet worden in praktische uitvoeringsscenario’s met haalbare en afrekenbare doelen voor de gehele keten.

De Nederlandse Circulariteitsdoelen voor grondstoffen: Narrow the loop, Slow the loop, Close the loop en Substitutie, vragen op productgroepniveau om prestaties die van toegevoegde waarde zijn voor het bereiken van een volledig Circulaire Economie in 2050. De kennis en ervaring die door de afval- en recyclingindustrie is opgebouwd zal dan ook een onontbeerlijke schakel in de productgroepstrategiën worden. Daar waar de recyclingbedrijven eerst alleen buiten aan de achterkant van de productielocatie van een bedrijf het afval mochten ophalen, zijn de adviseurs de laatste jaren al bij de productieprocessen betrokken om het afval te beperken (reduce) en te scheiden (recycle) en te laten hergebruiken (re-use). De volgende stap is om hen ook te betrekken in de ontwerpfase (re-think) van producten  en hierbij secundaire grondstoffen in te laten zetten (replace) of recyclebare/herbruikbare materialen voor in te laten zetten.

Natuurlijk is het “eng” om een recyclingbedrijf mee te laten kijken in je ontwerpproces en een marketeer zal het echt niet leuk vinden wanneer een grondstofspecialist aangeeft dat de gebruikte grondstoffen van het product toch echt niet bijdragen aan de herbruikbaarheid of recyclebaarheid ervan. Acceptatie van deze paradigmashift zal nog best wat discussie met zich meebrengen maar is in mijn ogen onontbeerlijk.

Ik sluit graag af met een voor mij inspirerende quote: “het nut van het leven ligt niet in de lengte ervan maar wat u ermee doet”, laat dit ook voor u een inspiratie zijn om toch vooral de juiste dingen te doen.  

Plasticrecycling vereist kwaliteitsslag

Taxonomie
Lees het gehele artikel

Een circulaire economie vraagt meer focus op kwaliteit. Afvalscheiding loont alleen wanneer het materiaal daadwerkelijk wordt gerecycled. Liefst zo hoogwaardig mogelijk. Hoe staat het met de kwaliteit van kunststof verpakkingsafval?

Plasticinzameling heeft een enorme boost gekregen na de komst van PMD-inzameling, de gecombineerde inzameling van plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankenkartons. Door de toename daalde echter de kwaliteit van het materiaal, wat de recyclebaarheid in de weg zit. Ongeveer dertig procent van alle verpakkingen die op de markt komen wordt daadwerkelijk gerecycled. Bijna veertig procent van het gesorteerde materiaal komt in de mixstroom terecht, die een weinig hoogwaardige toepassing kent. Monostromen van onder meer PET, PP en PE zijn beter afzetbaar.

Alle sorteerders hebben de kwaliteit van de inputstroom zien teruglopen. In de ogen van de sector focust het gemeentelijk afvalbeleid te veel op het terugdringen van de hoeveelheid restmateriaal en op kwantitatieve inzamelcijfers. Kwaliteit en kwantiteit moeten meer met elkaar in balans worden gebracht. Consumenten moet beter duidelijk worden gemaakt dat het bij de inzameling van huishoudelijke afvalstromen uitsluitend gaat om verpakkingen. Grote stukken folie, plastic netten en videobanden horen niet thuis bij het ingezamelde materiaal. In de sorteerinstallaties zorgen ze voor verstoppingen.

In de beloningssystemen voor gemeenten en sorteerders zou een betere kwaliteit beloond moeten worden. De specificaties moeten ook beter aansluiten op de marktvraag. De markt vraagt om kwaliteit van grondstoffen, voldoende schaalgrootte en concurrerende tarieven. Een impuls van de vraag naar recyclaat is hoog nodig. Daarvoor moeten nieuwe markten worden aangeboord. Die kunnen worden gevonden in het hogere kwaliteitssegment.

Een immense verbeterkans ligt ook aan de voorzijde van de keten: bij het ontwerp van de verpakkingen. Circa dertig procent van de kunststof verpakkingen is überhaupt niet recyclebaar. Ook verpakkingen gemaakt van verschillende materialen leveren veel problemen op bij de recycling. 
De afvalsector roept producenten en ontwerpers op om plastic verpakkingen op de markt te brengen die wel goed recyclebaar zijn.

Een immense verbeterkans ligt ook aan de voorzijde van de keten: bij het ontwerp van de verpakkingen.

Informatieplicht voor Zeer Zorgwekkende Stoffen in afvalstoffen

Dat Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) aandacht vragen, daarover is iedereen het eens. Maar bij wie hoort de ZZS-informatieplicht thuis? De rijksoverheid kijkt naar de afvalbedrijven, de afvalbranche naar producenten en ontdoeners.

De lijst van zeer schadelijke stoffen voor mens, dier en milieu dijt alsmaar uit. Inmiddels zijn ruim 1.600 verschillende ZZS geïdentificeerd. Van veel stoffen is nog onbekend of en in welke mate ze in afvalstoffen zitten. De overheid wil meer greep krijgen op ZZS. De vraag is echter of de ontvanger van afval verantwoordelijk kan worden gesteld voor de ZZS-informatieplicht.

De overheid is van mening dat afvalbedrijven de beste kaarten in handen hebben. Volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat kunnen afvalverwerkers goed bepalen welke informatie ze van ontdoeners nodig hebben, omdat ze hun installaties kennen en weten welke stoffen in het proces worden afgebroken of verwijderd. Overigens hanteert de overheid het principe ‘de vervuiler betaalt’: de kosten voor analyses zijn voor de ontdoener.

De voorgenomen aanpak baart de afvalsector zorgen. Afvalstromen bestaan uit complexe mengsels en zijn heterogeen. Afvalbedrijven weten niet precies welke ZZS ze ontvangen. Afvalstromen op alle ZZS controleren maakt de bedrijfsvoering onbetaalbaar en onuitvoerbaar. Omgevingsdiensten creëren bovendien regionale ongelijkheid. De ene omgevingsdienst is de andere niet als het gaat om het ZZS-regime. De sector vreest hoge kosten van de analyses, stagnatie bij de verwerking en een bevoegd gezag dat elk moment kan ingrijpen.

De focus moet worden verschoven naar de hele keten en met name naar de producenten. “Eerst moet de kraan dicht, zodat geen nieuwe ZZS in omloop komen. Anders blijft het dweilen met de kraan open”, aldus Peter Louwman, vicevoorzitter van de Vereniging Afvalbedrijven. Hij bepleit een vorm van ZZS-producentenverantwoordelijkheid, ook voor stoffen die al in omloop zijn. “Maak producenten verantwoordelijk voor ZZS, bijvoorbeeld met een fonds en een track&trace-systeem, waarmee ZZS door de keten gevolgd kunnen worden.”

Taxonomie sluit thermische afvalverwerking met energieterugwinning uit

De afvalenergiecentrales (AEC’s) dreigen buiten de Europese Taxonomieverordening te worden gehouden. Deze nieuwe verordening, die van toepassing is in de hele Europese Unie, ordent en classificeert economische activiteiten naar duurzaamheid. Dat moet duurzame beleggers duidelijkheid geven. Bij de uitsluiting van AEC’s legt de afvalbranche zich niet zomaar neer. Zonder het stempel ‘duurzaam’ wordt het moeilijk om investeringen te krijgen voor nieuwe AEC’s waardoor in Europa meer afval zal worden gestort. Dat is slecht nieuws voor de circulaire economie en het klimaat. Het betekent een forse toename van broeikasgasemissies.

De branche pleit voor een integrale benadering, zodat het streefdoel van de circulaire economie niet in gevaar komt. Recycling en verbranding zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Er blijft na sorteren, bewerken en recyclen altijd een restfractie over, en meer recycling van hoge kwaliteit resulteert in meer residustromen. Bovendien zijn er stoffen die we niet terug willen in de kringloop, denk bijvoorbeeld aan Zeer Zorgwekkende Stoffen en aan de producten uit het verleden waarin schadelijke stoffen zijn verwerkt die nu in de afvalfase belanden. Verwerking van deze stromen in AEC’s is de aangewezen route. De Europese koepelorganisaties maken zich sterk om AEC’s alsnog een positie te geven in de Taxonomieverordening.

Week van de AfvalHelden 2022
Van 28 februari tot en met 4 maart 2022 worden de medewerkers van de afvalbranche in het zonnetje gezet. De afvalbranche is essentieel voor het draaiend houden van de maatschappij. Een sleutelpositie hierin is weggelegd voor alle mannen en vrouwen die het werk in de praktijk uitvoeren. Zij verdienen het om waardering en trots te ervaren. Ze zijn onze Helden – met een hoofdletter H – en dat staat centraal tijdens de Week van de AfvalHelden, georganiseerd door NVRD, Vereniging Afvalbedrijven en O&O Fonds GEO. • www.weekvandeafvalhelden.nl

Over de Vereniging Afvalbedrijven

De Vereniging Afvalbedrijven behartigt de belangen van bedrijven die actief zijn in de totale afvalketen. Als verbinder van belangen en partijen in de keten, is de Vereniging Afvalbedrijven een belangrijke partner in de transitie naar de circulaire economie. De Vereniging Afvalbedrijven stimuleert de transitie naar de circulaire economie, waarbij het sluiten van kringlopen en het terugwinnen van materialen, grondstoffen en energie centraal staan. De Vereniging Afvalbedrijven is gesprekspartner voor overheden en andere instanties. De brancheorganisatie vertegenwoordigt in omzet en afvalvolume ongeveer twee derde van de Nederlandse afvalmarkt.

Meer over de Vereniging Afvalbedrijven en haar activiteiten is te lezen op www.verenigingafvalbedrijven.nl. Op de homepage vindt u ons Jaarbericht 2020. Veel werkzaamheden in het afgelopen jaar hadden te maken met de uitbraak van de coronapandemie. “Ik ben erg trots op alle mannen en vrouwen in onze sector die ervoor hebben gezorgd dat het werk doorging”, zegt voorzitter Boris van der Ham in het voorwoord. Daarnaast maakte de Vereniging Afvalbedrijven zich weer sterk voor de transitie naar de circulaire economie. In het Jaarbericht 2020 worden enkele activiteiten uitgelicht. Daarbij gaat het bijvoorbeeld over de focus op de kwaliteit van ingezamelde afvalstromen om recycling te optimaliseren en de afzet van gerecyclede materialen te stimuleren. Verder aandacht voor de klimaatwinst die de sector kan realiseren met meer en schoner recyclen en het afvangen en benutten van CO2.

Eerste opleiding over Circulaire Economie met topdocenten

Hires-Renewi Amersfoort8691-1 kopiëren
Lees het gehele artikel

“Een circulaire economie is geen modewoord, maar dé sleutel voor een beter leven op deze aardbol voor onze kinderen.” Aldus Gilbert de Raad, Circular Economy Specialist bij waste-to-product bedrijf Renewi en docent en initiatiefnemer van de nieuwe 5-daagse opleiding ‘Regie in de Circulaire Economie’ die op 28 september van start gaat. 

De opleiding is een samenwerking tussen Renewi en het Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid (SBO). “Vanuit de markt was er veel vraag naar een opleiding als deze”, legt De Raad uit. “Circulaire Economie is nog een betrekkelijk nieuw begrip, veel beleidsmakers zijn nog lineair opgeleid en er blijkt een grote behoefte aan duiding en met elkaar van gedachten wisselen over hoe we de economie anders moeten inrichten.” 

Want dat dat nodig is, daarover bestaat geen twijfel. De Raad: “Met het Klimaatakkoord van Parijs hebben we afgesproken dat we de opwarming van de aarde onder de twee graden Celsius willen houden.De circulaire economie is 85% van de oplossing om onder de 2 graden opwarming te blijven. De overige 15% komen uit de huidige klimaatakkoorden. Wereldwijd is op dit moment 8,6% van de economie circulair. Als we dat in 2032 weten te verdubbelen, dan blijven we in 2100 onder de twee graden opwarming. Dat biedt hoop. We hoeven immers maar het dubbele van ‘niet heel veel’ te realiseren.”

Maar om die verdubbeling te realiseren moeten we wel handelen, stelt De Raad. “Samen met alle partners in de keten. En daar gaat deze opleiding bij helpen.” 

Topdocenten

Door de goede contacten die De Raad en Renewi al in het verleden hadden opgebouwd zijn er voor de eerste editie van de SBO-opleiding ‘Regie in de Circulaire Economie’ een flink aantal topdocenten aangetrokken. Naast Gilbert de Raad zijn dat Michel Schuurman, Directeur Economie en Politiek bij MVO Nederland; Arnoud Walrecht, Director KPMG Sustainability en Global Circular Economy Lead;  Mirjam Kibbeling, Duurzame innovatieversneller bij STILWERKTen Bestuurder Nevi (vereniging voor inkoop- en supply management); Hein Brekelmans en Ricardo Tacken van de Sustainable Finance Desk van ABN AMRO; Freek van Eijck, Managing Director bij Acceleratio en Directeur Holland Circular Hotspot en Annerieke Douma, Director Global Alliances and Cities, Circle Economy. 

Katalysator

“Naast het vergroten van kennis is het ook uitdrukkelijk de bedoeling van de opleiding om deelnemers in contact te brengen met deze absolute koplopers en met gelijkgestemden”, stelt De Raad. “Op die manier kan de opleiding fungeren als een katalysator. Want we hebben alle ketenpartners nodig om een systeemverandering op gang te brengen.” 

Tijdens de opleiding, waarvoor geen voorkennis benodigd is, wordt ingegaan op alle aspecten van de circulaire economie. “Hoe kun je als bedrijf geld blijven verdienen, zonder dat over de rug van de aarde te doen”, vat De Raad kernachtig samen. “En hoe financier je dat dan? Welke businessmodellen zijn er al? Maar ook: Welke rol heeft de overheid? Welke subsidies zijn er? Hoe en waar koop je circulair in? Welke materiaalstromen zijn er. Ofwel: het is veel breder dan afval en recycling alleen. Het vergt een complete omslag in denken.”   

De 5-daagse opleiding ‘Regie in de Circulaire Economie’ van SBO in samenwerking met Renewi start op 28 september. Inschrijven kan via sbo.nl

Afvalverbranding speelt ook in circulaire economie cruciale rol

Lees het gehele artikel

In een ideale circulaire economie is er geen restafval meer en kan elk materiaal eindeloos nieuwe levens krijgen. Maar zover zijn we vandaag nog niet. We kunnen nog niet alles op een rendabele manier recycleren. De komende jaren zal er dus nog voldoende capaciteit moeten zijn voor eindverwerking, hetzij via verbranding, hetzij via storten. Een gesprek met Karl Vrancken, senior expert on circular economy bij VITO over de plaats van afvalverbranding in onze huidige maatschappij.

“We zullen de komende jaren onze verbrandingscapaciteit voor restafval nog broodnodig hebben”, opent Vrancken overtuigd. “Ook wanneer je een goed circulair beleid op de rails krijgt, heb je nog steeds veilige afvoerkanalen nodig voor de restfractie. Dat is wat overblijft nadat we onze best gedaan hebben om zo goed mogelijk te hergebruiken en te recycleren. Er zijn nu eenmaal materialen die te vervuild of te gevaarlijk zijn om een tweede leven te geven. Terwijl we die grenzen technisch proberen te verleggen, kunnen we het bestaande restafval wel een nuttige toepassing geven door te kiezen voor ve

Circulaire economie

De nabijheid van industrie betekent meestal veel mogelijkheden voor warmtelevering.

rbranding met energierecuperatie. Het storten van brandbaar afval is al langer verboden. De warmte die vrijkomt bij de verbranding wordt typisch omgezet naar elektriciteit, maar nu komen er ook meer en meer toepassingen om in de buurt warmte te leveren, dat kan ook in de vorm van stoom.” Hebben onze verbrandingsovens voldoende capaciteit ter beschikking? Voor Vrancken is het antwoord op die vraag volmondig ja. “Vlaanderen voert inderdaad een beleid om die capaciteit te beperken en in de toekomst zoveel mogelijk af te bouwen, om zo een stimulans voor meer recyclage te vormen. Maar het is een beleid dat vijf à tien jaar vooruit kijkt, zodat er geen tekorten ontstaan. In bepaalde regio’s is er een overcapaciteit door te grootschalige installaties. Die moeten dan gevoed worden met afval uit andere landen.”

Naar een andere aanpak van restafval

Momenteel gaat Vlaanderen uit van het zelfvoorzieningsprincipe. De afvalverbrandingsinstallaties moeten het eigen afval kunnen verwerken. Niet meer, niet minder. Door voldoende druk op deze capaciteit te houden, wil men verhinderen dat er nog recycleerbare stromen verbrand worden. Dat wil echter niet zeggen dat de rol van restafval niet aan het veranderen is. En we dus ook het systeem moeten tegen het licht houden. “Onze inspanningen om afval in te zamelen en te recycleren zijn op steeds toenemende volumes gericht. Hoe hoger het percentage aan verpakkingen dat we ophalen, hoe beter we scoren. Meer is beter. Maar is dat wel zo?”, vraagt Vrancken zich af. “In een circulaire wereld gaan we onze manier van denken volledig moeten omdraaien. Als ik een product wil maken, kan ik bijvoorbeeld aangeven welk gerecycleerd materiaal ik daarvoor nodig heb, aan welke specificaties het moet voldoen. En dan kan ook het inzamelsysteem erop afgestemd worden. Wanneer we dat op een doorgedreven manier in de praktijk brengen en dus meer zuivere recyclagestromen produceren, zullen we tegelijk ook meer restresidu produceren. En zullen we misschien ook tevreden moeten zijn met tijdelijk laagwaardige toepassingen voor het restafval. Zo blijft afvalverbranding een belangrijk deel uit maken van het volledige plaatje.”

Hoe verbrandingsovens beoordelen?

Wanneer verbrandingsovens de komende jaren aan het einde van hun levensduur of hun vergunning komen zullen er misschien wel nieuwe criteria gebruikt moeten worden om ze op hun waarde te toetsen. Vrancken schuift er enkele naar voren. “Welke mogelijkheden zijn er in de buurt om warmte af te zetten? Hoe bereikbaar is de installatie? Staat hij centraal in het gebied dat bediend wordt? Kan het transport over water gebeuren? De eerste en de laatste kilometer vormen hier meestal het probleem, aangezien daar een overslagactiviteit aan verbonden is. Maar als je vlotte verbindingen en de nabijheid van de industrie kan combineren, dan ben je al een heel eind op weg. Ten derde moeten we ook evalueren hoe groot de installatie moet zijn om efficiënt en rendabel te zijn.” Vrancken benadrukt dat hij geen bepaalde verbrandingsoven wil viseren. “Elke situatie is specifiek en moet vanuit zijn eigen context bekeken worden. Maar deze elementen kunnen mensen helpen om ook de meerwaarde van een verbrandingsoven te beseffen. Want ze spelen een nuttige rol in het hele verwerkingssysteem.”   

NL | Grondstoffenpioniers vinden elkaar: De Clique toost op sterk partnership met Tekkoo.

naamloos-1-kopieren-1
Lees het gehele artikel

De Clique en Tekkoo slaan de handen ineen om de circulaire economie werkelijkheid te laten worden. De Clique heeft als missie afval weer tot grondstoffen te maken. Grondstoffen om Nederlandse steden mee te bouwen, voeden en aan te kleden. Een circulaire ambitie waar investeerder Tekkoo geheel achter staat. Bas van Wieringen geeft aan: ‘De Clique heeft een ervaren team dat al eerder heeft laten zien dat je veel impact kan maken als je visie combineert met goed ondernemerschap.’ Ook volgens Bas van Abel van de Clique was het niet meer dan logisch om deze samenwerking aan te gaan: ‘Naast financiering brengt Tekkoo een bak aan ervaring mee op gebied van circulair ondernemen. Die ervaring kunnen we goed gebruiken want we hebben grote ambities!’

Tekkoo is een bedrijf van innovatiedoeners dat ondernemers helpt circulaire innovaties op de markt te brengen. Niet alleen door te praten en te investeren, maar door ook zelf de handen uit de mouwen te steken en mee te werken. Het bekendste voorbeeld is PeelPioneers, opgericht door Tekkoo en Sytze van Stempvoort. PeelPioneers verwerkt in haar eigen fabriek sinaasappelschillen van onder andere supermarktketen Jumbo tot pulp voor diervoeder en etherische olie. Deze olie dient als ingrediënt voor hygiëneproducten en humane voeding. Daarmee wordt de circulaire keten van sinaasappelschillen gesloten.

De Clique heeft in Utrecht al een twintigtal restaurants en cateraars die gebruik maken van de CO2-vrije grondstoffenservice. Daar wordt een veelvoud aan gescheiden grondstoffen opgehaald, denk aan sinaasappelschillen, koffiedik en andere biostromen. Partners van De Clique (zoals PeelPioneers) maken van deze grondstoffen verschillende producten die weer afgenomen worden door de klanten van de grondstoffenservice.

Samen hebben De Clique en Tekkoo de ambitie om in 2020 meer dan 100 Utrechtse bedrijven te gaan bedienen. Tekkoo gaat haar expertise inzetten om de kosten van de duurzame logistiek te minimaliseren. Daarnaast wil het bedrijf de positieve impact van de logistiek en de producten inzichtelijk gaan maken.

Een blauwdruk voor opschaling naar andere steden is het doel waar De Clique en Tekkoo samen naartoe werken in 2020. ‘Met de expertise van Tekkoo kunnen we een gezond bedrijf neerzetten en daarmee onze ambitie waarmaken: Laten zien dat de lineaire economie echt outdated en onnodig is’, aldus Anja Cheriakova van De Clique. Lindy Hensen van Tekkoo sluit zich daarbij aan: ‘Met de snelle opschaling van De Clique zullen we laten zien dat het anders en beter kan.’