Tagarchief: Florens Slob

Recyclingsector realistische schakel voor sluiten ketens 

Infinity
Lees het gehele artikel

In de beeldvorming wat circulair is, spelen R-strategieën een prominente rol. Hierbij wordt vaak de ‘ladder van Lansink’ als leidraad genomen en die telt inmiddels negen sporten: refuse, reduce, reuse, repair, refurbish, remanufacture, repurpose, recycle en recover.  “Persoonlijk zou ik voor het maken van die keuzes nog een extra dimensie toe willen voegen, de ‘R’ van realisme,” stelt Florens Slob, senior consultant circulaire economie bij TNO.

“De vraag of je de R-strategieën moet benaderen als een ladder of meer als een klimrek waarin je de impact op impact op zowel ecologie als economie inzichtelijk maakt, maar ook de kans op succes meeneemt en een ‘reality check’ doet van de oplossingen. Recycling is daarin vaak een heel realistische optie.”

Om het grondstoffenverbruik in 2030 te halveren zet het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in op minder verbranding en meer recycling. Aandachtspunten daarbij zijn meer en betere sortering, sturing op ‘hoogwaardige recycling’, het stimuleren van het afzetten van secundaire grondstoffen en het ontwikkelen van chemische recycling als aanvulling op mechanische recycling. De onderste sport van de ladder, die van recover (redactie: verbranden met energieterugwinning) wordt daarin maximaal vermeden. Recycling dreigt door deze ontwikkeling, tot leedwezen van de sector, te devalueren tot de onderste sport van de ladder. In die perceptie gaat het Slob ook om de ‘R’ van realisme. Afval zal er ook zijn binnen een volledig circulaire economie. Maar afval moet je zien als tijdelijke fase. Waar je het ontstaan van afval in de keten kunt voorkomen moet je dat doen, maar het gaat er wat hem betreft vooral om dat er geen afval ‘overblijft’ in de keten. 

Geen ondergeschoven kind

“Veel aandacht gaat nu uit naar de hoogste sporten van de ladder en het inzetten op het zo lang mogelijk in de keten houden van producten. Dat is ook een prima strategie met veel innovatie potentieel, zolang je ook die ‘reality checks’ blijft doen. In alle scenario’s is en blijft het terugwinnen van grondstoffen uit – aan het einde van hun levenscyclus – gekomen producten via recycling van essentieel belang. Alleen zo wordt de keten finaal gesloten. Recycling zie ik dan ook bepaald niet als een ondergeschoven kindje. Sterker nog: op dit moment zie ik het als het meest realistische en ook tastbare circulaire scenario” spreekt Slob met overtuiging uit. Dat laat onverlet dat er op het vlak van recycling nog de nodige stappen zijn te maken. De aanzetten daar naartoe beginnen wel zichtbaar te worden in bijvoorbeeld het Circular Economy Action Plan van de EU, het gaat erom hoe die effectief te vertalen naar de praktijk in de komende jaren. Slob: “Veel van de huidige recyclingeconomie is gebouwd op stimulerende wet- en regelgeving. Dat kan ons ook helpen in de transitie naar een circulaire economie. Daarin is een eerste stap dat secundaire grondstoffen net zo gelijkwaardig beschouwd moeten worden als primaire grondstoffen. Dat kan zondermeer, maar dan is het wel noodzakelijk de focus meer op de kwaliteit van recyclen te richten. Er wordt nu nog steeds teveel een ‘afvalprobleem’ aangepakt met een primaire focus op de kwantiteit van inzamelen van die stromen. Terwijl je het in een circulaire economie beter kunt benaderen vanuit de grondstoffen kansen in die verschillende reststromen. Dat doet de sector zelf soms nu al, maar daarin is er zeker nog geen perfect match met de huidige wet- en regelgeving.”

Zo’n proces heeft ook tijd nodig. Om zijn stellingname te staven, verwijst Slob naar het recyclen van glas. Daar is inmiddels al meer dan 100 jaar ervaring mee opgedaan en juist in de afgelopen 20 tot 30 jaar heeft professionalisering, focus op de kwaliteit van recycling en samenwerking in de keten tussen de recyclers en de glasfabrieken, ertoe geleid dat nu 80% of zelfs meer van het gerecyclede glas wordt hergebruikt in nieuwe producten.

Bouwsector

“Soortgelijke stappen zijn ook in de bouw te zetten, vooropgesteld dat de focus zich meer dan tot nu toe richt op kwaliteit en hoogwaardig recycling. Dat kan niet zonder innovatie en om die in huis te halen heb je nette marges nodig en/of ondersteunende wet- en regelgeving. Het vergt echter ook een afzetmarkt. Die moet gestimuleerd en wellicht soms zelfs verplicht worden om meer recyclaat in productieprocessen toe te passen. 

Dit speelt nu eveneens in de markt van de plasticrecycling waarin (op termijn) stappen gezet worden naar meer inzet van recyclaat. Daar kan op kwaliteitsdenken geleerd worden van de glas(recycling)industrie. De plastics recycling is immers vele malen jonger. Waarschijnlijk zal je in de plastics recycling ook een optimale mix gaan krijgen tussen het huidige mechanisch recyclen (wat prima hoogwaardig kan voor relatief schone mono stromen) en (nieuwe) chemische recycling processen. Die markt is volop in ontwikkeling, maar ook die innovaties vragen om stimulering, ” vervolgt Slob. 

Om die noodzakelijke stappen ook in de bouwsector te zetten, vraagt een gedegen analyse van waar wij nu staan, waar te recyclen stromen vandaan komen en waar we over pakweg 20 jaar willen staan. Slob: “Daarbij moet je je bewust zijn van het feit hoelang een bepaald materiaal in een product zit. De bouwwerken die momenteel onder de sloophamer vallen, zijn relatief eenvoudig van opzet. De energiezuinige gebouwen die we van vandaag de dag bouwen zijn complexer. Om daarvan alle materialen te scheiden in mono-stromen zal veel meer inspanning vergen. Een soortgelijke ontwikkeling hebben we kunnen waarnemen bij het recyclen van elektronica. De trend van toenemende miniaturisering in combinatie met complexere producten maakt het recyclen van afgedankte elektronica complexer. Recycling moet in die trends meebewegen en het zal soms best een uitdaging worden om de mooie recyclingniveaus van vandaag vast te houden. Zeker als we binnen een circulaire economie ook nog bewust onderscheid gaan maken in hoogwaardige recycling (zelfde niveau) en downcycling.” 

Kijkend naar de R-strategieën zou je kunnen stellen dat alle hogere sporten op de ladder beogen de meerwaarde als product in stand te houden, terwijl recycling zich juist richt op het terugwinnen van de grondstoffen uit aan het einde van hun levenscyclus gekomen producten. Slob: “De recyclingsector zou er dan ook trots op moeten zijn tot de meest realistische schakel te behoren die in staat is tot het daadwerkelijk sluiten van keten.” Een kwalificatie die hout snijdt, zeker wanneer je je realiseert dat de recyclers van bouw- en sloopafval een belangrijke bijdrage leveren aan de circulaire economie in ons land.

Beïnvloeding

Het programma Meer en Betere Recycling heeft nog altijd niet geleid tot het beoogde effect. Welke stappen zouden hiervoor nodig zijn?

Slob: “Op de eerste plaats zou je je moeten afvragen wat we ‘echte’ recycling vinden en een onderscheid moeten maken in hoogwaardige recycling en downcycling. Hoogwaardige recycling/hergebruik van secundaire grondstoffen wil zeggen op tenminste hetzelfde niveau terug de keten in. Een groot deel van de huidige recycling vervangt wel primaire grondstoffen, maar vaak nog niet op datzelfde niveau. In mijn optiek ligt het antwoord besloten in het optimaliseren van de balans tussen beide. In het streven naar ‘echte’ recycling zal je ook reststromen krijgen die alleen op een lager niveau inzetbaar zijn. Laat daar innovatie zijn werk doen en leg de focus op het steeds een stapje beter. Vergeet niet dat er veelal substantiële kosten mee gemoeid zijn om de inzetbaarheid op een hoger niveau te tillen. De markt grijpt dan al snel naar primaire grondstoffen, maar realiseert zich niet dat milieukosten niet of nauwelijks in de prijs van ‘virgin’ grondstoffen zijn verdisconteerd. Daar zal meer aandacht voor moeten zijn. De aandacht voor en het streven naar kwaliteit zie ik als verantwoordelijkheid van de keten en het mooiste is als een industrie daar ook zelf zijn rol in pakt. Wet- en regelgeving zie ik als een instrument bij uitstek om de transitie naar hoogwaardige recycling en de markt voor secundaire grondstoffen te sturen, te stimuleren en de transitie daarmee te versnellen. De oplossing ligt overigens niet enkel bij de recyclers. Zij moeten het doen met de producten/stromen die nu eenmaal vrijkomen. De sleutel naar meer en beter recyclen ligt zeker ook eerder in de keten bij het design van producten en businessmodellen. 

Met de kennis en techniek van nu is het afvalprobleem en een dreigende grondstoffenschaarste oplosbaar. Zeker door in de ontwerpfase al op recycling te anticiperen en de kennis van de recyclers van nu te gebruiken in de designfase. Recyclers zijn het begin van de keten van morgen, verandering in de keten zou wel eens hier kunnen starten. De tijd is er rijp voor.”