Tagarchief: RIVM

ZZS en acceptatiebeleid

ZZS kopiëren
Lees het gehele artikel

Deze stoffen zitten onder meer in producten als verf, lijm, plastics, schoonmaakmiddelen en bouwmaterialen. Aan het einde van hun levenscyclus gekomen, kunnen deze producten vervolgens in afvalstromen voorkomen. Nu de overheid op basis van risicoanalyses deze stoffen zoveel als mogelijk wil weren, rijst de vraag wat dit voor het acceptatiebeleid van recyclingbedrijven kan betekenen.

“Voortschrijdend inzicht maakt dat die lijst sinds enkele jaren met de dag groter wordt. In het licht van een doelmatig afvalbeheer is in LAP3 dan ook een zogenaamde risicoanalyse geïntroduceerd. Bevat een afvalstof, of een recyclingproduct, een gehalte aan ZZS die de samenstellingsgrenswaarde overschrijdt, dan kan dat gevolgen hebben voor de vergunde activiteit,” weet ir. Erik Doekemeijer, directeur/eigenaar van ECD Milieumanagement. 

Een chemische analyse om zicht te krijgen of en in welke mate een aangeboden afvalstroom ZZS bevatten, zal voor een recyclingbedrijf praktisch niet uitvoerbaar blijken. “Een duidelijk beeld van de herkomst echter des te meer. Als sprake is van een niet verdachte herkomst moet acceptatie geen probleem zijn. Dat betekent wel dat er een grotere verantwoordelijkheid op de schouders van de ontdoener rust. Deze dient dan ook zijn aangeboden afvalstroom zo gedetailleerd mogelijk te specificeren. Niet voor niets is het Besluit melden hiervoor aangescherpt,” vervolgt Doekemeijer. 

Contractueel uitsluiten

Dat vrijwaart een afvalverwerker echter niet van enig risico. Doekemeijer bepleit dan ook het contractueel vastleggen van het feit dat de aangeboden afvalstroom de grenswaarde aan ZZS niet overschrijdt. Gezien het dynamische karakter van de door het RIVM bijgehouden lijst sluit dit nog niet elk risico uit. Te meer daar het vaak enige tijd duurt voordat de feitelijke verwerking van de afvalstroom plaatsvindt. Zou ook een dergelijk risico contractueel uitgesloten moeten worden?

Doekemeijer: “We moeten de problemen niet groter maken dan ze nu al zijn. Een jaar of vijf geleden is de overheid gestart met het in kaart brengen van de herkomst van emissies van ZZS in ons land. Die data bleven vervolgens geruime tijd onder de radar, totdat de omgevingsdiensten in 2018 in het geweer kwamen. Een format, welke specifieke informatie bedrijven ter zake zouden moeten aanleveren, zag het licht. Voor de chemische industrie wellicht een functioneel format, daar deze sector op stofniveau inzicht heeft, wat zij in hun productieprocessen toepassen. Maar nu die uitvraag ook een op een wordt gekopieerd naar de afvalsector, dreigt een serieus probleem de kop op te steken. Achteraf gezien is daar wellicht door de sector te terughoudend op gereageerd.”

Inventarisatie 2020

Voor het verkrijgen van een volledig en actueel inzicht in het gebruik en de emissies van (potentiële) ZZS bij de provinciale bedrijven zijn omgevingsdiensten dit jaar een inventariserend onderzoek gestart met als doel uiterlijk op 31 december 2020 een duidelijk beeld te hebben. De uitkomst daarvan zou gevolgen kunnen hebben voor nu nog vergunde activiteiten. De omgevingsdiensten zijn namelijk voornemens om op basis van die aangeleverde informatie te beoordelen of deze volledig en correct is om vervolgens de verleende vergunningen te screenen. Dit kan per omgevingsdienst tot verschillende uitkomsten leiden. Doekemeijer: “Ik zou de sector dan ook het advies geven te bepleiten dit vraagstuk op een uniforme, dus landelijke schaalgrootte, te benaderen.”

Realistisch

“In Nederland willen wij van alles. Ook potentiële risico’s reduceren wij bij voorkeur tot nul. Maar zolang er nog geen volledig beeld is van die potentiële risico’s, laat staan waar een grenswaarde echt kritisch wordt, is dit dweilen met de kraan open.  In dat licht gezien is de inventarisatie wel van betekenis. Want wat je niet wilt, is dat je vandaag een gecertificeerd product in de markt neerzet dat vervolgens is toegepast een werk en waarvan drie jaar later blijkt dat het de bron is van een milieuprobleem. Is dat hypothetisch? Ik waag dat te betwijfelen. Neem bijvoorbeeld werken waarin immobilisaten zijn toegepast. De kans dat die ooit in de keten terugkeren, acht ik bepaald niet uitgesloten.”