Tagarchief: Van Iersel Luchtman

Advocatenkantoor kiest voor integrale benadering sector

Lees het gehele artikel

Met circa 40 advocaten is Van Iersel Luchtman Advocaten één van de grotere zelfstandige advocatenkantoren in het zuiden des lands. De vestigingen in Den Bosch en Breda richten zich overigens ook op cliënten van boven de rivieren. Naast deskundigheid op een tiental rechtsgebieden, is het kantoor gespecialiseerd in enkele specifieke branches, waaronder afval en recycling. 

Sterker nog: Van Iersel Luchtman Advocaten kent zelfs een dedicated brancheteam Afval & Recycling, waarin advocaten, vanuit verschillende disciplines werkzaam zijn. Eén van hen is Wilbert van Eijk, voorzitter van het brancheteam. “Wij werken bijna volledig voor afval- en recyclingbedrijven en kunnen ons juridisch product daardoor goed afstemmen op wat er in deze branche speelt. Het geeft ons flink onderscheidend vermogen omdat we over specialistische kennis beschikken.”

Wilbert van Eijk: “We hebben deze bedrijven keihard nodig om de wereld voor volgende generaties leefbaar te kunnen houden”.

Het brancheteam Afval & Recycling richt zich voornamelijk op milieuvergunningen, bouwvergunningen, watervergunningen, bestemmingsplannen, vragen over afzet van recyclingproducten, vastgoed, contracten en aanbestedingen. “Maar ook intellectueel eigendom in het geval dat bedrijven nieuwe producten van gerecycled materiaal op de markt brengen. En we staan bedrijven bij op momenten dat de overheid langskomt om een bedrijf aan te pakken omdat die één van de vele regels zou hebben overtreden”, aldus Van Eijk. “Wij hebben veel ervaring met milieustrafrecht en arbostrafrecht. In het laatste geval moet je dan denken aan ongelukken op de werkvloer waar de Inspectie SZW aan te pas moet komen.” 

Omgevingswet

Gevraagd naar ontwikkelingen waar ondernemers de komende tijd beducht op moeten zijn kan Van Eijk kort zijn: “De nieuwe Omgevingswet die per 1 januari 2022 in gaat. Dat gaat voor heel veel veranderingen op het gebied van milieu- en omgevingsrecht zorgen. Daar moeten bedrijven zich echt op gaan voorbereiden.” 

Van Eijk heeft overigens zijn twijfels of de Omgevingswet gaat doen waarvoor ze bedacht is: het terugdringen van regeldruk voor ondernemers. “Op papier is het een prachtig uitgangspunt, maar de praktijk zal moeten leren of dat doel wordt gehaald. Vooralsnog lijkt het vooral nog complexer te worden.” 

Maar hij waarschuwt ook voor de veiligheid op de werkvloer. De Inspectie SZW controleert behoorlijk streng en zal dat blijven doen. “En wat zal blijven spelen is de vraag ‘wanneer is mijn verwerkingsproduct einde afval?’ Wij zien veel discussies over de vraag wanneer een gerecycled product niet meer als afval wordt gezien. Er spelen veel zaken waarbij een bedrijf zegt: ‘dit is een nieuw product’, terwijl de overheid volhoudt dat zo’n bedrijf nog steeds afval verkoopt. In dit geval zie je dat de overheid weliswaar heeft ingezet op duurzaamheid en innovatie, maar dat de juridische werkelijkheid weerbarstiger is. Wet- en regelgeving loopt hier duidelijk achter op de innovatie- en duurzaamheidsdrang van recyclingondernemers. Dat blijft een uitdaging.”  

“Het ouderwetse beeld dat de sector vies en gevaarlijk zou zijn kunnen we wel loslaten”.

Voorbeelden van die achterblijvende wet- en regelgeving heeft Van Eijk ook: “Neem bijvoorbeeld het gebruik van vliegas in beton, het gebruik van glas als fundering onder wegen op slappe grond of het gebruik van bepaalde verwerkte afvalstromen als meststof. Daar gaan de innovaties sneller dan de overheid kan bijhouden.”   

Grondstof van morgen

Van Eijk ziet de sector als een bijzondere sector. Zeker in het kader van de duurzaamheids- en innovatiekalender van de overheid. “Men heeft de mond vol van de circulaire economie. Het afval van gisteren moet de grondstof van morgen worden. En dat betekent dat de branche ook in de klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen een voortrekkersrol vervult. Het ouderwetse beeld dat de sector vies en gevaarlijk zou zijn kunnen we wel loslaten. Het is eerder dat de afvalverwerker bijdraagt aan onze toekomst.” 

Vanuit juridisch perspectief ziet Van Eijk nog de nodige valkuilen. “Juist als je van afval grondstoffen wilt maken is het belangrijk om ook ruimte in de regelgeving te creëren. We hebben deze bedrijven keihard nodig om onze schaarse grondstoffen te kunnen vervangen om zo de wereld voor volgende generaties leefbaar te kunnen houden.”